Mirthe van Doornik

Proza 

De teksten en beelden van Mirthe van Doornik zijn verhalen, reportages, interviews en foto's met een specialisatie op het gebied van muziek, kunst, cultuur, mens en maatschappij. Elke tekst is geschreven vanuit een brede interesse voor bijzondere en ongewone mensen, plekken, verzamelingen en situaties.

Oja, kogelvis

Foto © Mirthe van Doornik

Foto © Mirthe van Doornik

Alles was net even anders: het bier, de muziek, de entourage, de mensen. Het waren niet alleen andere mensen, ze deden ook anders. De bar oogde berucht en hip, als een plek waar het gebeurt. Aan de muren hingen gebruiksvoorwerpen om de boel aan te kleden, zoals je dat ook wel eens ziet met schaatsen, tennisrackets en oude fietsen. In de bar waar alles anders was, hingen uitheemse maskers, van het soort dat je nooit meer weg mag gooien als je ze eenmaal hebt gekregen. Aan draadjes vanaf het plafond bungelden bolle vissen met van die stekels. Hoe heten die ook alweer? Nét even anders in ieder geval. Exotisch.

Er kwam een jongen naar me toe die zei: ‘Als ik dans, dan dans ik in een tegenritme.’ Hij deed het voor, een lang vest met een afbeelding van Che Guevara fladderde om zijn dunne benen, zijn hoofd werd rood, ik rook de lucht van oud zweet. Er kwam een donkere man voor ons staan die een pot huisgemaakte sambal probeerde te verkopen. Hij deed een beetje Braziliaans aan. Zijn arm klemde een kartonnen doos met nog meer potten. Rood, geel en oranje. Ik keek de andere kant op, omdat ik geen sambal wilde. En ook omdat de man zo wanhopig keek. Uitgaan moet leuk blijven, vind ik, iets voor je plezier. De jongen met het lange vest leunde met zijn armen op zijn knieën om op adem te komen. Toen hij zich had hervonden hief hij zijn glas en zei: 'Carpe diem!’ De sambalman was gelukkig doorgelopen.

In de rij naar de w.c dacht ik aan de ballonvis, waarvan de naam me niet te binnen wilde schieten. Een meisje met een tros bananen in haar handen probeerde voor te piepen. Een vrouw met een bleek gezicht nam haar baileys mee de w.c in. Er kleefde een wit restje poeder onder haar neusvleugel. I love you Johnny B, stond er met stift op de deur geschreven. Het rook er naar kots, bijna droogde ik mijn handen af aan een handdoekje met kleverige brokjes van het een of het ander. De jongen met het vest had op me gewacht. Hij zei: 'Ik kijk altijd tot hoever ik kan gaan. Ik ben eens tot aan Lyon over de vluchtstrook gereden, alleen om te kijken tot hoever ik kon gaan.' 

 
Mirthe van Doornik